De Provincie Noord-Brabant lichtte het pakket op 16 oktober 2026 toe. Het Rijk draagt 635 miljoen euro bij; de provincie en de gemeente Eindhoven samen 105 miljoen euro. Volgens de provincie gaat het om de uitvoering van eerder gemaakte Beethoven-afspraken.

Investeren in spoor en wegen rond Eindhoven

Het pakket omvat extra spoorvoorzieningen op Eindhoven Centraal, de Multimodale Knoop met het ondergrondse busstation, de A2/N2, de A58 en de Brainportlijn. De investeringen moeten de bereikbaarheid laten meegroeien met de ontwikkeling van woningen en werklocaties in de regio.

De financieringsafspraken betekenen niet dat alle werkzaamheden direct beginnen. Volgens de provincie volgen in november verdere afspraken binnen het landelijke infrastructuurprogramma MIRT en een Kamerdebat.

Ook Weert in plannen voor snelle bussen

Naast het infrastructuurpakket hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant op 16 oktober ingestemd met jaarlijks 6 miljoen euro extra voor de exploitatie van Brainportlijnen in de concessie Zuidoost-Brabant, vanaf medio 2029. Het voorstel kreeg 92 procent van de stemmen.

In de onderliggende plannen staan snelle verbindingen tussen werklocaties aan de westkant van Eindhoven, waaronder Brainport Industries Campus Noord, Eindhoven Airport en De Run/High Tech Campus. Ook zijn Brabantliners voorzien voor werknemers uit Weert, Asten/Someren en Eersel/Turnhout.

De bijdrage voor het rijden van bussen is een afzonderlijk besluit. Het bedrag van 6 miljoen euro per jaar is dus niet hetzelfde als de investering van 740 miljoen euro in infrastructuur.

Betekenis voor ondernemers in Midden-Limburg

Voor werkgevers en werknemers die tussen Weert en de werklocaties in Brainport reizen, is vooral de uitwerking van de busverbinding van belang. De financiële ruimte is vastgesteld; de genoemde stukken geven nog geen definitieve haltes en dienstregeling voor de verbinding vanuit Weert.

Bron: Redactie Zakenblad. Gecontroleerd aan de hand van Provincie Noord-Brabant, 16 oktober 2026, de Statenstemming van 16 oktober 2026, agendapunt 9.3 en Statenvoorstel 39/26 A van 23 juni 2026.