Dat zelfvertrouwen hield ongeveer drie minuten stand.
Het tempo bleek moordend. Terwijl de rest van de zaal moeiteloos links, rechts, draai, klap leek te begrijpen, stond ik structureel de verkeerde kant op. Tegen de tijd dat ik doorhad wat mijn voeten moesten doen, waren we alweer drie bewegingen verder. En waar iedereen in de spiegel vooral naar zichzelf keek, had ik sterk het gevoel dat mijn gebrek aan ritme live werd uitgezonden.
Mijn eerste gedachte was niet: logisch, je doet dit voor het eerst. Nee. Ik dacht: waarom kan ik dit niet gewoon meteen? Best bijzonder eigenlijk. Als kind vonden we het volkomen normaal om iets honderd keer verkeerd te doen. Veters strikken, fietsen, zwemmen: niemand verwachtte dat het meteen lukte. En geen vijfjarige zegt na een valpartij: 'Fietsen past denk ik gewoon niet zo bij mijn talenten.' We zijn ongeduldiger geworden. Als volwassene willen we het liefst meteen ergens goed in zijn. En lukt dat niet, dan is het al snel ‘niet ons ding’.
Psycholoog Rachel Wu, die onderzoek doet naar leren op volwassen leeftijd, beschrijft dat kinderen volop de ruimte krijgen om beginner te zijn, terwijl volwassenen vaker terugvallen op wat ze al kennen en kunnen. Wie vooral doet waar hij al goed in is, leert dus uiteindelijk ook minder nieuwe dingen.
Dat herken ik ook bij de ondernemers die ik spreek. Het is comfortabel om te blijven doen wat werkt. Maar ondernemen vraagt regelmatig dat je iets doet waarvan je nog niet weet of je het kunt. Een nieuwe markt betreden, een andere rol aannemen of een idee uitproberen dat ook kan mislukken.
Misschien moeten we daarom wat vaker accepteren dat we ergens nog niet goed in zijn. Niet alles hoeft meteen te lukken. Soms moet je eerst een tijdje stuntelen voordat het ergens op begint te lijken.
Ik ga in ieder geval nog een keer naar Zumba.
Al ga ik deze keer achteraan staan.
Lot Niessen
Redacteur Zakenblad
